Verslag Beschermingsbewind Anders!: ‘Bewindvoerders, wees je eigen alternatief’

De overheid stelt sinds 2014 strengere kwaliteitseisen aan beschermingsbewindvoerders. Tegelijk verdubbelde het aantal aanvragen beschermingsbewind in een paar jaar tijd. Voor Eropaf! was dit alle reden voor een ‘middaglaboratorium’ Beschermingsbewind Anders! Groeien beschermingsbewind en schuldhulpverlening naar elkaar toe?

Gespreksleider Marc Räkers heet de deelnemers welkom in de pas gerenoveerde aula van Buurtzaak Ru Paré in Amsterdam-West. De aula ademt een bijzondere sfeer met zijn eenvoudig meubilair en imposante ramen. Zo’n 60 deelnemers zijn op het middaglaboratorium afgekomen.

Räkers schetst de aanleidingen voor de bijeenkomst:

  • de snelle groei van het aantal gevallen beschermingsbewind;
  • de navenant toegenomen kosten voor gemeenten;  
  • de noodzaak om cliënten meer zelf mee laten te sturen;  
  • de roep om alternatieven voor beschermingsbewind.

Steeds meer gemeenten zoeken vanwege de almaar oplopende kosten naar alternatieven voor deze vorm van bewindvoering. Tegelijk blijkt dat de samenleving steeds minder overheeft voor de hulp aan mensen met schulden, schetst Räkers. ‘Een schuldhulpverlener in Amsterdam wordt bijvoorbeeld geacht honderd dossiers onder zich te hebben. Ik vraag me af hoe een hulpverlener al die mensen kan helpen.’

Drie laboratoria

Räkers vertelt dat de middag is opgezet als een laboratorium waarin iedereen ruim de tijd krijgt om mee te praten over oplossingen. Na de inleidingen van Bram van Vegchel, Nadja Jungmann en Gert-Jan Mulder staan drie laboratoria op het programma:

  • Groeien beschermingsbewind en schuldhulpverlening naar elkaar toe?
  • Is het stimuleren van zelfregie onder beschermingsbewind mogelijk?
  • Zijn er alternatieven voor beschermingsbewind


Lees hier over de drie Laboratoria:

Bram van Vegchel: ‘Door ook schuldhulp te doen kan het bewind korter duren’

In zijn inleiding zet Bram van Vegchel (directeur van Reeling Bewindvoerders en bestuurslid van brancheorganisatie BPBI) de voors en tegens van het samengaan van beschermingsbewind en schuldhulpverlening op een rij. Op het oog lijkt samengaan een goede optie, maar volgens Van Vegchel er zijn nog heel wat haken en ogen. Van Vegchel plaatst de groei van het aantal gevallen beschermingsbewind in historisch perspectief. Beschermingsbewind is de ‘milde’ opvolger van de onder curatele stelling die tot in de jaren ’80 bestond. In 1998 bestond nog maar 13 procent van de cases uit professionele ondersteuning en was in andere gevallen de bewindvoerder een familielid of bekende. Aanvankelijk werd het bewind gefinancierd uit het vermogen van de cliënt.

Alle reden voor kwaliteitseisen

Door de vele slechte verhalen over bewind en zorginstellingen die failliet gingen en cliënten onbegeleid achterlieten, was er alle reden voor de overheid om kwaliteitseisen te stellen (zie ‘Top 10 kwaliteitseisen bewindvoerder’). Inmiddels houden zich liefst 1800 organisaties bezig met beschermingsbewindvoering en is de financiering bij de gemeenten terechtgekomen. Bij het merendeel van de nieuwe bewinden gaat het om schulden. De bevordering van de  financiële zelfredzaamheid is een nieuwe taak van bewindvoerders. ‘18,5 procent van de bevolking heeft problematische schulden; van hen heeft 86 procent geen gemeentelijke schuldhulp’, schetst Van Vegchel.

Iemand in de zaal vraagt zich af hoe het kan dat zo’n groot aantal mensen met schulden niet door de gemeente geholpen wordt. ‘Gemeenten hanteren veel uitsluitingsgronden, maar ook hebben schuldenaars veel weerstanden tegen schuldhulpverlening’, luidt de verklaring van Van Vegchel. ‘Gemeenten gaan waarschijnlijk het liefst aan de slag met cliënten met de grootste slagingskans. Daarbij is het slagingspercentage bij schuldhulpverlening hooguit 20 procent.‘

Van Vegchel schetst hoe het beschermingsbewind groeide ten opzichte van de schuldhulpverlening, waarbij hij zich baseert op  rapporten als het NVVK-jaarverslag en “Huishoudens in de rode cijfers 2015” . Het aantal mensen met schulden stijgt, de schuldhulpverlening heeft een beperkt succes en tegelijk daalt het aantal aanvragen voor het wettelijk traject WSNP. Een groot percentage van de schuldenaars komt niet van zijn schuld af door een minnelijke schuldregeling.

Beschermingsbewind versus schuldhulp

Van Vegchel maakt vervolgens een vergelijking tussen de beschermingsbewind en schuldhulpverlening. De overeenkomsten zijn groot. Zo kijkt de bewindvoerder of iemand stabiel is, maakt een inventarisatie van eventuele schulden en doet ook aan klassieke schuldbemiddeling.

  • Stabiliseren van financiën
  • Inventariseren van schulden
  • Treffen van enkele betalingsregelingen
  • Klassieke schuldbemiddeling
  • Afkoop schulden tegen finale kwijting
  • Afgifte verklaring artikel 285 Faillisementswet-verklaring
  • Doorverwijzen naar flankerende hulp
  • Verstrekken informatie en advies

Tenslotte geeft Van Vegchel een overzicht van de kansen en risico’s als beschermingsbewindvoerders standaard aan schuldhulpverlening zouden gaan doen. Grote risico’s zijn in zijn ogen: te weinig kennis bij bewindvoerders en de aansprakelijkheid die ze daarbij op zich nemen. Hij ziet ook kansen: schuldenaren die onder beschermingsbewind vallen kunnen sneller worden geholpen. Bovendien zou door het oppakken van schuldhulpverlening het bewind wel eens korter kunnen duren en dat leidt kostenbesparing bij gemeenten, redeneert Van Vegchel.  Lees hier de presentatie van Bram van Vegchel.

Pamflet VNG, NVVK, Divosa en MOgroep

Catelijne Akkermans (Eropaf!) geeft een korte update over het pamflet van de brancheorganisaties NVVK, Divosa, VNG en MOgroep, dat dezelfde dag verscheen. Het pamflet geeft scherpe kritiek op de prevalente incassobevoegdheden die de overheid zichzelf heeft toegekend. ‘Daarmee drukt ze mensen met relatief beperkte schulden steeds verder kopje onder, omdat hun schulden als gevolg van hoge boetes vaak in rap tempo oplopen.’ Samen met de VNG schreef Akkermans het artikel: ‘Beschermingsbewind maakt van schuldenaren kasplantjes – dat kan beter’.

Nadja Jungmann: ‘Bundel de krachten van beschermingsbewind en schuldhulp’

Ook Nadja Jungmann, lector Schulden een Incasso aan Hogeschool Utrecht, wil de bijzondere incassobevoegdheden van de overheid ter discussie stellen, zegt ze in een video-interview dat tijdens het programma wordt getoond. Ook zij verklaart de groei van het beschermingsbewind uit de groeiende groep mensen met problematische schulden. Maar Jungmann ziet in of-of denken een risico: óf een beschermingsbewind waarbij ook de schulden worden geregeld óf los van het beschermingsbewind inzetten op de schuldhulpverlening. Ze pleit er juist voor om de krachten te bundelen. Ook wil ze naar de landelijke overheid toe een aantal zaken ter discussie stellen zoals:

  • alle bijzondere incassobevoegdheden van de overheid;
  • wat bureaucratisch van mensen mag worden verwacht;
  • de digitaliseringsslag die er de komende jaren nog aankomt.

Bekijk hier de video met Nadja Jungmann: ‘Stel de bijzondere incasso bevoegdheid overheid ter discussie’.

Gert-Jan Mulder: ‘It’s all about behaviour stupid’

Gert-Jan Mulder (Inversis) voorziet dat bewindvoering en schuldhulp steeds meer naar elkaar toe gaan groeien en dat dit onomkeerbaar is. Gert-Jan heeft ideeën over hoe dit op een goede manier zou kunnen en baseert zich hierbij op eigen praktijkervaringen. In zijn presentatie ‘In het land der bewinden…’ betoogt Mulder dat zowel bij schuldhulpverlening als bij beschermingsbewind het gedrag van schuldenaar het grote aanknopingspunt vormt voor veranderingen.

“It’s all about behaviour stupid
75/95
75 is gedrag oorzaak van de schuld
95 is bij beschermingsbewind gedrag de oorzaak”

Als schuldhulpverleners en beschermingsbewindvoerders niet zien dat het om gedragsverandering gaat, missen ze de kern bij het vinden van adequate oplossing voor schulden, stelt Mulder. ‘Maar als mensen door levensincidenten financieel in de problemen komen wil dat nog niet zeggen dat ze achterlijk zijn.’

‘Buitengerechtelijke schuldregeling’ als toverwoord

 Een beschermingsbewindvoerder is geen schuldhulpverlener, we zijn belangenvertegenwoordiger van de klant, stelt Mulder. Daardoor is een bewindvoerder in zijn ogen goed in staat schuldenregelingen te treffen. Mulder noemt de ‘buitengerechtelijke schuldregeling’ als toverwoord. De beschermingsbewindvoerder mag doen aan betaalde schuldbemiddeling op basis van de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet (Wck).

‘Er bestaat een verbod op betaalde schuldbemiddeling. Beroepsgroepen die wel aan bemiddeling mogen doen volgens artikel 48 van de WCK zijn vertegenwoordigers en belangenbehartigers als de notaris, advocaat, accountant en beschermingsbewindvoerder. Wij zijn belangenvertegenwoordigers voor de klant. Dat is een kans. Als een schuldeiser nee zegt op een voorstel voor een buitengerechtelijk akkoord, dan ga ik naar de WSNP. Als mijn akkoord mislukt, vraagt de rechter zich af of het een deugdelijk akkoord is geweest. Daarmee spiegel ik me aan toegangseisen van de WSNP, daar moet een schuldeiser wel akkoord gaan. Ik denk dat we niet zo heel veel meer tools nodig hebben.’

‘Kosten beschermingsbewind relatief’

Vervolgens rekent Mulder voor dat de schijnbaar uit de hand gelopen kosten voor beschermingsbewind relatief zijn als ze worden afgezet tegen trajecten in de schuldhulpverlening. ‘Landelijk gaat er bij gemeenten 90 miljoen naar beschermingsbewind, op een budget aan bijzondere bijstand van 900 miljoen. Veel gemeenten doen nu of hun budget aan bijzondere bijstand helemaal opgaat aan beschermingsbewind. Dat is heel relatief als je kijkt naar de gemiddelde extra kosten per dossier voor problematische schulden bij een beschermingsbewind op jaarbasis. Dat zijn € 324,50 extra per dossier voor problematische schulden. Daarvan zeggen veel bewindvoerders: “Daar kan ik geen buitengerechtelijke poging voor doen”. Tegelijk zeggen veel bewindvoerders in een quickscan: “Zelf doen blijkt gemiddeld effectiever en minder tijdrovend.”

‘Tijden veranderen: deal with it’

Mulder betoogt dat er in de vergelijking van schuldhulpverlening veel te suggestief met cijfers wordt gegoocheld. Dat beschermingsbewind voor de overheid zoveel duurder zou zijn dan de schuldhulpverlening klopt volgens hem niet. Hij vergelijkt de € 324,50 extra kosten voor schuldregeling door de beschermingsbewindvoerder met de kosten van de schuldhulpverlening in de gemeente Dongen in 2013. ‘De schuldhulpverlening in Dongen had 71 dossiers als instroom, waarvan 58 procent succesvol weer uitstroomde. De totale kosten van de schuldhulp in Dongen bedroegen in dat jaar € 248.000. Dat is omgerekend bijna € 3492,95 per dossier. Discussies worden dus voortdurend niet zuiver gevoerd. Ook de schuldhulpverlening kost klauwen met geld.’

Mulder is er voorstander van om als beschermingsbewindvoerder ook schuldregelingen aan te pakken. ‘Tijden veranderen: deal with it. Beschermingsbewind is in de kern een preventieve maatregel. Schuldenbewinden vragen een actieve aanpak van schulden en sturen op financiële zelfredzaamheid.’ Lees hier de presentatie van Gert-Jan Mulder.

Lees hier over de drie Laboratoria:


Beschermingsbewind Anders!: voorlopige conclusie

Hoe kunnen bewindsvoerders zich profileren naar de gemeente?, vraagt Marc Räkers in de slotronde. In de workshop ‘Alternatieven voor beschermingsbewind’ pleitte Laura van Dongen ervoor dat bewindvoerders hun eigen alternatief zijn. ‘Wat heb je te bieden op weg naar zelfredzaamheid? Dat is waar gemeenten naar toe willen en dat betekent nauw samenwerken met de gemeente waar je voor werkt.’ In grote steden als Amsterdam is het echter niet zo gemakkelijk om samen te werken met de gemeente omdat er een groot aantal bewindvoerdersactief is, zegt iemand. ‘Een alternatief zou kunnen zijn dat beschermingsbewindvoerders meer gaan samenwerken met vrijwilligers, schuldhulpmaatjes, familie’, constateert Räkers.

Oefenen met zelfregie

Berber Vonk (Praktikos) vertelt over de workshop ‘Stimuleren van zelfregie onder beschermingsbewind’. ‘Waar we steeds weer op uit kwamen was: wie is die klant en wat wil die klant? Je moet weten welke doelen hij wil stellen aan het eind van het bewind. Dat vergt een open houding van de bewindvoerder. Ze zijn van nature geneigd om de regie te voeren en het beheer te pakken. Durf je het aan om een klant op maandgeld te zetten in plaats van weekgeld? Durf je het aan om hem mee te laten kijken in je systeem? Durf je mensen te laten oefenen door de klant betalingen te laten klaarzetten die de bewindvoerder dan nog moet goedkeuren?’

Bonus op succesvolle schuldenregelingen

Beschermingsbewind is flink in beweging en blijft niet zoals het tot nu toe is. Een vaststelling kan zijn dat beschermingsbewindvoerders in principe goed in staat zijn om ook schuldenregelingen te treffen en deze tot een goed einde te brengen. Zowel de wet als de rol van de beschermings bewindvoerder bieden hier aanknopingspunten voor. Om te  voorkomen dat gemeenten steeds meer vraagtekens gaan zetten bij de kosten van beschermingsbewind is het van belang dat beschermingsbewindvoerders een veel actievere houding tegenover gemeenten aannemen.

Laat zien dat beschermingsbewindvoerders ook aan schuldenregeling kunnen doen. Laat ook zien dat dit feitelijk vele malen goedkoper is dan de reguliere schuldhulpverlening.  Toch is het met €  324,50 per jaar extra voor een schuldendossier eigenlijk niet te doen om een deugdelijke schuldenregeling tot stand te brengen. Kan de gemeente bijvoorbeeld een bonus zetten op succesvolle schuldenregelingen die door beschermingsbewindvoerders tot stand zijn gebracht?

Actief communiceren

Beschermingsbewindvoerders die nauwelijks cliëntcontact hebben en vooral de administratie doen, waarbij cliënten tot in lengte van jaren cliënt blijven, zullen het niet redden. Het is zaak om te werken aan zelfredzaamheid van cliënten en deze op allerlei manieren te stimuleren en te ondersteunen. Beschermingsbewind dient veel meer een tijdelijke maatregel te worden dan nu vaak het geval is. Verder moeten beschermingsbewindvoerders actief (gaan) communiceren met gemeenten en andere instellingen die bij de onder bewind gestelde betrokken zijn, ook als er geen sprake is van een schuldendossier. Als beschermingsbewindvoerders zich profileren als financieel generalisten met een scherp oog voor sociale problematiek en goede samenwerkingsvaardigheden met andere betrokkenen (professioneel en met het sociale netwerk) dan hebben zij een goede toekomst. Juist binnen het kantelende sociaal domein.

Lees hier over de drie Laboratoria:


Verslag en eindredactie: Martin Zuithof. Met medewerking van Ruud Kraakman, Sofie van de Ven, Dominique Koppe,Tiva Pam en Marc Räkers

[contact-form-7 404 "Not Found"]
Volg ons:
© Stichting Eropaf! 2017